Urbanus – Duivelbewaarder Lyrics

Comedy

M'n duivelbewaarder waakt over mij
Hij grijnst en hij zegt dat het goed met me gaat
M'n duivelbewaarder wijkt niet van m'n zij
Hij wijst me de weg tussen slecht en kwaad
Nen aap zat in nen boom en hij kon er niet meer uit
Hij jankte als een stoomtrein met een kapotte fluit
Een oud vrouwtje zonder benen onder een dekentje geruit
zat zielig in haar rolstoel tussen haar keukenkruid
Ze riep: 'help me jongeman, doe me een plezier,
haal alsublieft dien aap uit dien hoge populier
Ik zei: 'ik kan niet tegen apenhaar, bel maar een pompier,
die heeft een lange ladder van Tokio tot hier'
Ze smeekte me: 'kruip in dien boom, dat aapje is nen schat
Ik zou het zeker zelf doen als ik benen had gehad.
Maar ik werd ooit overreden op het zebrapad
en viel twee meter diep in een open keldergat.'
Ik zei: 'oké, 't is goed! Ik heb oor naar uw geklaag,
de zon schijnt aan den hemel en het regent niet vandaag
Ik heb hier in mijn binnenzak een zware kettingzaag
'k Haal die populierenstam stante pede naar omlaag'
'Oh, nee!' riep het dametje en ze schudde met haar hand
'M'n grootvader zaliger heeft dien boom voor mij geplant,
maar hij kreeg een beroerte aan zijn linkerkant
net op den dag dat heel ons huis was afgebrand'
'Het spijt me zeer, mevrouwtje, voor al uw verdriet,
maar wilt ge nu dien aap terug of wilt ge hem niet?
Ik kan ook de situatie laten swingen als een tiet
als ik hem met mijn jachtgeweer naar beneden schiet'
M'n duivelbewaarder waakt over mij
Hij grijnst en hij zegt dat het goed met me gaat
M'n duivelbewaarder wijkt niet van m'n zij
Hij wijst me de weg tussen slecht en kwaad
'Ach,' zuchte het vrouwtje en ze had zich opgetild
'neem dan maar uw zaag en doe zoals ge wilt
Dien arme boom z'n leven wordt dan maar verspild
Ons Heer zal't u vergeven, ons Heer is altijd mild'
Ik plak een Aspirientje met wat speeksel op de stam
zo voelt dien brave boom er helemaal niets van
Ik zaag hem doormidden, zo voorzichtig als maar kan
Hij stortte kreunend neer, maar niet helemaal volgens plan
Den boom lach op de rolstoel, dwars derover heen
Der rolde nog een wiel met een verwrongen remsysteem
Ik zag de vrouw haar armpjes, maar nergens lach een been
Dat laatste dat kon klopen, want ze had er eigenlijk geen
Den aap lag in de waterput en kon er niet meer uit
Hij jankte als een stoomtrein met een kapotte fluit
In de verte klonk een torenklok en biembamde heel luid
Ik dacht: 'is't al zo laat? Ik moet weer eens vooruit!'
M'n duivelbewaarder waakt over mij
Hij grijnst en hij zegt dat het goed met me gaat
M'n duivelbewaarder wijkt niet van m'n zij
Hij wijst me de weg tussen slecht en kwaad!

Comments (0)