Vanaf het hoogste punt van de achtersteven
Bekeek ik, in dat stralende licht
Dat de witheid van de kust
Met haar eenzame stranden beschijnt
Hoe de bemanning rond het schip zwom
Spetterde en schreeuwde
Hun lichamen, die het zon licht nooit zien
Leken op broodmagere bleke kikkers
Toen ik ze zo zag
Sommigen met een ongezonde pens
Anderen onder de bulten ten gevolge van het slechte leven aan boord
Voelde ik een onverwacht medelijden
Ze genoten met volle teugen
Als schoolkinderen tijdens het speelkwartier
Als vrijgela ten gevangenen
Ze schreeuwden, scholden op elkaar
Ik zag dat een van hen een vis ving
Hij hield hem glinsterend boven zijn hoofd
En ze lachten
Ze wierpen de vis van de een naar de ander
Als in een balspel
En daarna gooiden ze hem niet terug in zee
Ze smeten hem op het strand
Om hem daar te laten sterven
De vis lag te schokken
Ik zag hem nauwelijks meer
Ik onderscheidde alleen nog het zand
Dat hij in de stuiptrek kingen van zijn doodsstrijd
Deed opstuiven
Comments (0)