Er trok een oude liereman
Langs d'oever van de Rijn
Hij was zoo arm als oud en grijs
Zo zwak en zoo vol pijn
"Ach!" zuchtte hij
"waar zal dit heen?
Mijn kracht is thans vergaan
En nergens tref ik heul, noch troost
Noch medelijden aan
Als ik voor jaren lustig zong
Vroeg ieder mij tot gast
Nu ben ik oud en krachteloos
En iedereen tot last
Nu dwaal ik eenzaam om en rond
En ween mijn aanzicht nat
Helaas! mijn zang is dof en schor
Mijn snaren voos en mat."
Als ik voor jaren lustig zong
Vroeg ieder mij tot gast
Nu ben ik oud en krachteloos
En iedereen tot last
Nu dwaal ik eenzaam om en rond
En ween mijn aanzicht nat
Helaas! mijn zang is dof en schor
Mijn snaren voos en mat."
Comments (0)