Achterovergeleund tegen een krat handelswaar
Stak ik een pijp op en staarde over het water
Ik voelde me beter, goedgemutst door het geluk
Dat ik had gehad en het voor uitzicht
Binnen een jaar weer terug te zijn in Holland
Ik deed m'n ogen dicht en zag de rivier voor me
Een helder, opwindend blauw onder de zon
De maats aan de reling, ikzelf aan het roer
De kades volgepakt met dankbaar juichend volk
"Stuur, je bent voor ons van onschatbare waarde
Geweest op deze expeditie, onschatbaar
Zonder jou hadden we het nooit gered
Wat moet je ervoor hebben, man?
Zeg het en het is van jou."
Ik word langzaam wakker
Een onduidelijke tijdspanne is voorbijgegleden
Een minuut? een uur?
Ergens vandaan klinkt krankzinnig gelach
Ik wrijf m'n ogen uit
En krijg het gevoel dat niet alles is zoals het zou moeten zijn
Neem nou de schaduw die boven me oprijst
Ik tuur omhoog. "Koek?" probeer ik. Er komt geen antwoord
Wat ik zie is in het ge heel niet geruststellend
Een scheve bek en stompzinnige varkensoogjes
De dikke oren van een geboren pummel
De gerimpelde onderarm sleurt me moeiteloos overeind
Als of ik een baal vodden ben
"Jij schurftige hond," sist hij
Zo zacht alsof hij lieve woordjes fluistert
"Jij buikzieke, vuile smeerlap
Vroeger was ik een respectabel mens
Een vakkundig handwerksman
En kijk nou eens wat er van me ge worden is!
Moet je kijken waar ik terecht gekomen ben!
In deze godvergeten uithoek
En allemaal door jou, zak!
Ik vermoord je, ik knijp je strot dicht tot je paars ziet
Ik draai je kop van je romp!"
Ik probeerde te schreeuwen
Maar mijn luchtpijp was dichtgeknepen
Er kwam niets uit
Er restte mij niets dan een blind hopeloos gemaai
Terwijl het leven uit me wegspoelde
Als water door een afvoer
Comments (0)