Ik drijf in een jol
Langs versierde steden
Muziek komt mij als meeuwen tegemoet
Ik lach en weet dat ik zeer ziek ben
Als de rust mij nu maar overwon
Zou ik slapen
Zou ik slapen
Zou ik niet meer in de wereld
Als in een viskom rondzwemmen
Mijn hart overhoop smijten
Ik zou zeggen
Het verlangen onder de maats om weg te komen
Wordt steeds heviger
Stuur is afwisselend helder en dol
Al twee dagen lang brabbelt hij onsamenhangend
Over decolletés en mopshondjes
Over de kracht van zijn arm
En de nauwkeurigheid van zijn schot
En hoe zijn naam zal voortleven in de geschiedenis
Gistermorgen sprong hij als een krankzinnige uit zijn bed
En beende naar de kooi waar de timmerman lag te stuipen van de koorts
"Klos, sta op van je ziekbed en bouw een boot voor me."
De zieke stak een klein pakje magere knokkels uit
En Stuur hielp hem uit zijn kooi
Met afhangende schouders, gele ogen en ingevallen wangen
Schuifelde Klos naar buiten
De bijtende kou in
Hij was de hele middag bezig, riep af en toe om meer hout
Stuur was in zijn nopjes
's Middags ging hij kijken hoe de timmerman vorderde
Hij baande zich een weg door de sneeuw
Toen hij plotseling stil bleef staan
Klos was aan het werk, dat zeker
Hoekje vlakken hier, splintertje schaven daar
Hij was aan het werk, maar hij bouwde geen boot
Hij bouwde een doodskist
Comments (0)